ONREGELMATIGE  UITGAVE  VAN  DE  ONAFHANKELIJKE  MAATSCHAP  TER  BEVORDERING VAN HET  "NUILEN"  ALS  NIMWEEGSE  HEBBELIJKHEID

MINDER VIERDAAGSE  

Om alle gedruis rond de Vierdaagse te dresseren is de organisaties weinig te dol. Zo broeden de feestneuzen in  een villa aan de Van Schaeck Mathonsingel bij voortduring op spinsels om groen te worden. Dat resulteerde in verf die de plas terugkaatst, 's werelds grootste koelcel, groen vuurwerk, geborduurde hamburger, hergebruikte urine en nu dan hennepmatten feestvloer. Zo eens per maand rispt er wel iets op wat de krant vervolgens breed uitmeet.

Sinds het festijn in gedreven handen gevallen is, lijkt het een proeftuin voor jongleurs die vinden dat het allemaal wat minder kan. Het linkse smaldeel heeft altijd al met afgrijzen neergekeken op de massaliteit van alle volkse geslemp waarmee die Vierdaagse de stad vertrapt. Maar wat ze ook uitbroedden, gelijk hoog water bleef de toestroom Nijmegen overspoelen.

Tijd voor zwaarder geschut, dachten ze aan der andere kant van de stad waar de marsleiders resideren. Ook in een grote villa. De vraag is daar hoe je een legioen, dat vier dagen over de stad walst, in toom houdt. Vooral nu Nijmegen voor Green Capital speelt. Het antwoord is een afschrikwekkende prijsverhoging van 25 procent voor een startbewijs. Wedden dat de bierprijs volgt ?

BALKENBRIJ ALS LOGO


Het beeld van Nijmegen is veelzijdig. Je kunt er zoveel kanten op dat er als vanzelf rommelkruidige balkenbrij ontstaat. Lekker, maar als beeldmerk van de stad minder bruikbaar. Dat vindt de burgemeester ook. In een vlaag van vernieuwingsdrift trok de man meer dan zijn  jaarsalaris uit om het logo van de gemeente te vernieuwen.

Dat nieuwe beeldmerk kwam ter sprake op een typisch Nijmeegs terras. Heaters aan, met verwarmde kussentjes als extra comfort. Even dubbel als het nieuwe logo. Een fladderende vogel met januskop. Een gebraden haan die ontsnapt is uit de bodem van de gemeentekas en strijdlustig twee kanten uitkijkt.

Het embleem is een residu van een googletruc met het stadswapen dat Nijmegen aan de Duitse keizer te danken heeft. Alleen heeft de Gelderse leeuw in het midden plaats gemaakt voor een bourgondisch buikje, maar je kunt er ook de heilige geest, een wildebras of een kattenkop in ontwaren. Toch balkenbrij.

VERSTOPPERTJE MARKT

Sinds dwarse marskramers in het kielzog van 'De Pierson' de Grote Markt kraakten hebben ze hun eigen vrijstaat. Wars van ieder gevoel voor monumentaal stedenschoon werd in het hart van de oude stad een blokkade van karren en kramen opgeworpen. Geen stadsbestuurder die in dorst te grijpen. Markthandelaren zijn geen mietjes als veel politici.

Niet alleen het aanzien werd om zeep geholpen, maar ook alle concurrentie. Meer dan anderhalve viskraam en een dubbele notenboer mag niet, zo bepaalden ze zelf. En dat zijn meteen de grootste dwarsliggers. Schouder aan schouder vormen ze een barricade dwars over de Markt. Draai ze een slag, zou je zeggen, maar prethouder Van Hees sjokt er omheen.

Waar de winkelier zich blauw betaalt, volop concurrentie kent en verbaal krijgt als er even teveel wordt uitgestald, mag de marskramer voor een grijpstuiver het publieke domein versperren. En dat wil het stadsbestuur bij het scheiden van de politieke markt voor tien jaar vast laten leggen in een nieuwe verordening. Triest dat de gulden hoek van Nijmegen op het stadhuis nog geen daalder waard blijkt.

PROEVE EETCULTUUR

Aan de bal kent men de kroeg. Zo luidde weleer een proeve. Geen gehaktbal zo lekker als die van Samson. Zoals Brinkhoff goud in zijn automatiek had liggen. En de biefstuk nergens delicater was dan bij Herman in het keldertje. Shoarma was nog verre. Alleen Vuurens overleefde die jaren. Het vlaggenschip van de Nijmeegse hap.

Door studentikoze omstandigheden ligt de lat in Nijmegen niet bijster hoog als het gastronomie betreft. De burgemeester mag dan voor bourgondisch uithangbord spelen, dat betekent nog niet dat het hier een culinaire sterren regent. Dit is een stad van kokkerellende kroegen en snelle tussendoortjes.

De grootste gemene deler van al dat roc-gefrutsel in de lokale horeca is overwegend grijs. Veel van hetzelfde maar juist dan glorieert de meester die meer dan een discodel in een stoelenzee serveert. Neem bijvoorbeeld Sid en Liv of het Vlaamsch Broodhuys. En laat nu uitgerekend die gaan sluiten. Jammer. Hopelijk geen proeve voor wat er nog meer op ons bord komt te liggen. 

Janus van Tra

IDEE VOOR MAELWAEL

De stad telt enkele artistieke kroegen. Althans plekken waar kenners zich op drank en kunst storten.“Must see: Krachtige Terwindtjes, spannend werk Nuni Weisz, veelbelovende Herman Hundis.” Als gewone, normale Nijmegenaar weet ik over drank nog mee te praten, maar bij kunst haak ik af. Iedereen loopt tegen beperkingen aan. Johan Maelwael weet daar alles van.

Maelwael. Een naam die schatplicht verraadt aan deze Waalstad en omgekeerd. Toch blijkt de wereldfaam van deze middeleeuwse schilder in zijn geboortestad nauwelijks weerklank te vinden. Daarvoor moet je naar Rijksmuseum of  Louvre. Niet iedereen wordt in eigen stad geeerd, blijkt zelfs aan de toog. Maelwael kan nog wel wat publiciteit gebruiken.

Vandaar dat de meester getergd naar het Bevrijdingsmuseum kijkt. Dat stuurt een misplaatst persbericht de wereld in, waarna de lokale bode een voorpagina reserveert om uit te roepen hoe geweldig de onderliggende expositie wel niet is. Gratis getoeter. Ideetje voor het kreperende Valkhofmuseum: Was die Johan Maelwael geen multiculturele landverrader door de Franse koning te behagen?

VERLOREN NIMMALAND

Bij opa hing een tegeltje: 'Als op het Valkhof de bomen huilen is het hoogste tijd weer eens te nuilen.' Daar gaan we weer. Terug in Nijmegen struikel ik al meteen over een ergerlijke vorm van minachting. Onder het vallende lover op het Valkhof vieren bronstige bierbuiken schaamteloos kermis in dezelfde dorpstent die met carnaval de Grote Markt ernstig ontsiert.

Dat gebeurt onder de vlag van Nimma, een spraakgebrekkige naam voor Nijmegen die vooral opgeld doet in summercapitale kringen en dus haaks staat op ordinaire oktoberfeesten in lederhosen. Wat moet een dump van tentdoek, landbouwplastic, dirndl en hekken in hemelsnaam op die historische Nijmeegse oerplek?

Naar verluidt zocht de harde kern van de NEC businessclub compensatie voor Jupiler door met pullen Bayrischer Stephaner onder zeil te gaan. Met instemming van de lokale prethouder werd dat vervolgens verkocht als sidekick voor de noodlijdende kermis. Hoepel op met je Nimmaland. Dat het Valkhof een valkuil voor een donjon wordt, betekent niet dat het een afvalputje is.

VAKANTIE OM DE HOEK

Ik blijf hier. De zomernota gaf de doorslag. Nijmegen is een lusthof. Uithangborden van de coalitie kwamen toonladders tekort om de stad en zichzelf te bejubelen. Dit is een paradijs waar zelfs de erfzonde een geliefd politiek spelletje is. “Wie weet mij een plek te noemen die op zoveel schoons kan roemen”, willen woorden op het Valkhof, die SP-wethouder Velthuis met steun van de stadspartij tot wapenspreuk verhief.

Ik reis per pannenkoekenboot en kampeer op het stadseiland. Het verdronken land van Knotsenburg. Een godsgeschenk van waterstaat in sprankelend bergwater. Groene oevers omzoomd door wuivende distels en bedstroo dat noodt. Hier gedijen rivierkreeftjes en meervallen als hooglanders zo groot. Een samenballing van alles wat Nijmegen tot Green Capital maakt.

Ik voel de gelukzaligheid van een Bataaf die aanspoelde in een Waalbocht toen de Kaaij nog geen lawaai maakte. Dit is een ongerepte biotoop die nog niet door reddingsbrigadiers is aangetast. Ik voel me als Adam op zoek naar Eva maar vind Teddy Vrijmoet die er met haar zomerfeesten landjepik speelt. Prettige vakantie.

ANSICHTKAART EINDELIJK VERLICHT


En toen was er licht. De stad blijft verrassen. Terwijl zelfs Moenen in de schijnwerpers werd gezet, bleef de Grote Markt duister. Althans de klassieke Nijmeegse ansichtkaart van Waag, Kerkboog en Lakenhal. Een motie van treurnis, maar ziet. Alsnog wordt een oud plan tot leven gewekt.

Waarschijnlijk kwam het draaiboek boven water toen de burgemeester, in het kader van Green Capital Challenge, de aanval op zwerfafval opende. Beter laat dan nooit. Na de ontdekking van de gloeilamp stond Nijmegen met een feestelijk geïllumineerde Grote Markt landelijk lang vooraan (foto), maar daar kwam de klad in. Een verhaal over sabotage dat langer is dan het mirakelspel van Moenen duurt.

Nu de nachten lengen hebben ze echter het licht gezien. Er komt voor vier ton een klassiek gevelconcert in hedendaags led-licht. De vraag is alleen wie straks de schakelaar feestelijk om mag draaien. Opeens is daar ene Soetelief die behalve de nationale bejaardenbaas ook wethouder van economie en toerisme (ansichtkaarten) blijkt te zijn. Je hoort prethouder Van Hees kniezen.

GROEN ALS COSMETICA

In toenemende mate frustreert handel de stadswandel. Terras, straatverkoop, podium, kraam. Nooit was een stadsbestuur zo 'rood' en de praktijk zo 'blauw'. Om de ondernemer te behagen kreeg het kapitaal vrij spel en de bewoner het nakijken. Publieke ruimte als verdienmodel. Het trottoir als ongecontroleerde kassa.

Over negen maanden is de linkse vroedschap uitgeteld en rijst de vraag wat de oogst is. Het antwoord is noch rood, noch blauw, maar groen. De Waalkade krijgt een groene ligweide. Alsof dat lonkt. Het Stationsplein wordt vergroend. Alsof we het spoor dan niet bijster raken. En Kelfken krijgt weer bos. Alsof dat geblindeerde museum dan bomen ziet.

Groen als cosmetica voor het predicaat 'Green Capital' dat de stad na jaren touwtrekken kon kopen. Zelfs de afvalbakken op de kade moeten het ontgelden. Nog even en er stroomt groene Radler uit de Honig; krijgen fietsers een groene golf; verkoopt Groenen authentieke Nimweegse grasballen (de gekende weedburgers) en kleurt de Waalbrug ouderwets groen. Nu ik nog.

HET LEKKERSTE HOEKJE 

Bijster 'vissig' is de stad niet. Althans het hart. Terwijl dat wel strijdt om de titel “beste binnenstad''. Dan moet je ook van de vismarkt thuis zijn, maar sinds Gamba hier als laatste de deur sloot zijn we aangewezen op het magere assortiment van een keet en een kar. Met afgunst kijk ik naar Arnhem die ook de beste wil zijn.

Tot in de negentiende eeuw kende Nijmegen bij de kade een vismarkt in een monumentale galerij. Uithangbord was de kaak van een potvis die in de Waal gevangen zou zijn, terwijl daar eertijds vooral zalm zat. Het groteske kleinood verkaste naar de Waag, waar Overmeer na de oorlog vis verkocht, maar is daar spoorloos verdwenen. Te Nijmegen wordt wel vaker wat slordig met erfgoed omsprongen.

Geen mens die erom maalt als ze dinsdag ten stadhuize gekaakte maatjes slikken. De vissige haringparty. “Lekker mals kerel, romig zilt, de lekkerste.” En dan denk ik verlekkerd aan de zeevruchten van Captain Joe. Een visrestaurant dat sinds kort de gastronomische guirlande van het Kelfkensbos vervolmaakt. Even niet nuilen: Dit is de lekkerste hoek van de stad geworden. 

JOKER IN DE SPIEGELWAAL

Omdat zwemmen in de Waal sterk ontraden werd, gingen we niet naar het Wylermeer, de Plasmolen of de Elster Pas, laat staan het Goffertbad. Verboden vruchten dagen uit. Dus lagen we ongehoorzaam te wezen langs Europa's grootste riool. We lieten ons meesleuren door aken, avontuur en puberteit in het gelukzalige besef dat er geen toezicht was.

Er hoeft zich langs de rivier maar een stukje zand bloot te geven of er strijken zonaanbidders neer. Tussen bron en monding is de Rijn met toebehoren op warme dagen één grote bakplaat voor wentelteefjes. Wat dat betreft verschilt de Spiegelwaal niet van pakweg de Bizonbaai. Kosteloos volksvermaak. Toch zijn er door een of andere joker Kamervragen over gesteld. Kamervragen !

Waar hebben we het over? Op een drukke dag telde ik 143 badgasten (foto) die geen behoefte hebben aan de voorzieningen van erkende recreatieplassen. Laat ze sudderen, zou ik zeggen, maar er klinkt een roep om toezicht. Het betreft hier uiteindelijk geen vrijhaven voor hipsters, maar de joker die 'Summer Capital of Holland' uitspeelt. Benieuwd hoe de minister ons voor joker zet.

NAC ALS LESJE VOOR NEC

Wat moet zo'n stadion kosten? Een vraag die speelt sinds de Goffert een erkende hangplek voor netwerkers is. Handjeklap in de skybox. Ooit kreeg de stad die 'bloedkuul' in de schoot geworpen om daarna voor jojo te spelen. Wie biedt er wat? Ten koste van de belastingbetaler speelden gemeente en NEC voor miljoenen boompje wisselen.

Nu een ballend vreemdelingenlegioen de club heeft gedegradeerd tot de catacombes van de biercompetitie is die gemeentelijke betonbak geen grijpstuiver meer waard. En dat biedt perspectief. NEC gaat zichzelf weer uitvinden om te beginnen in een eigen stadion dat ze opnieuw in de schoot geworpen krijgen. Degraderen, investeren, triomferen.

Dat tactische advies kreeg de club uit doorgewinterde bron. Van een politieke jongleur die eerder met balletje-balletje te hulp schoot. Wel moest er dan eerst van NAC verloren worden. En zo geschiedde. Enkele dagen later stond een oud-wethouder als burgemeester te triomferen op het bordes van het Bredase stadhuis. Met NAC als les voor NEC.

SCHOON EN/OF GROEN



Soms is de Broerstraat een kruisweg. Van de week nog. Het begon onderaan toen me een krant in de hand gedrukt werd, die ik niet kreeg. Vervolgens werd ik aangeschoten door een diervriendelijke zendeling en tenslotte door een hulpbehoevende wereldburger. En dat terwijl ik op weg was de Blokker te ondersteunen.

Net toen ik dacht dat 'het zo wel weer kon', dook er een scholier op die in naam van een of andere heao-milieu de beeldvorming van de stad onderzoekt . Daar zijn we samen op een van de schaarse bankjes eens rustig voor gaan zitten. Eerste vraag: Waaraan denkt u bij Nijmegen: a. groen en/of b. schoon.

Toevallig wist ik dat de Waalstad dit jaar hoofdstad van Fête de la Nature is; boer Koekoek hier natuurbier brouwt en eetbaar Nijmegen volgend jaar Green Capital wordt. Alle twee goed, wilde ik zeggen, maar toen bezag ik de stoep en schoten me verommelde Waaloevers te binnen. “Luister”, sprak ik. De jongeman pakte zijn pen, spuugde kauwgom uit en schreef: “Geen van beide".

STAD NIET WAARD (2)

Om de natuur te beminnen ging ik gisteren weer eens op Waal-safari. Struinen tussen de kribben, zoeken naar het roze rapunzelklokje, ruiken aan de zoetwatermossel. Een natuurmonument voor de deur van de stad. Je rolt de Voerweg af, klautert over een muizentrapje en je bent er. De Stadswaard.

Wie schets echter mijn ergernis toen ik terecht kwam in kluitjes consumerende zonaanbidders en pootjebaders. Eerst een bruin familiestrand, toen roze pubers en tenslotte bleke bloteriken. Wildernis aan de Waal. Zelfs de wollige runderen die de natuur hier beheren eten mee.

Stilaan wordt zichtbaar wat die door de groene wol geverfde lobby voor ogen stond toen ze met een bruggetje de deur naar de Stadswaard openden. Hier groeit en bloeit een mestvaalt, waar de wisselwerking tussen de hedendaagse mens en zijn geplastificeerde habitat vrij spel heeft. Hoezo stadswaard? De stad onwaardig, zullen ze bedoelen.

SLAG OM GRAAFSEBRUG

Kijk naar de rivier. Als het maar stroomt. De kantinebaas van de voetbalclub weet er alles van. Bier is als water. De Spiegelwaal is niet voor niets bedacht. Ruimte voor de rivier. Doorstroming: het troeteltje van winkeliers die de automobilist als beste klant zien. Komt u maar.

Persoonlijk ben ik van het fietsende soort. Nooit last van files tot ik van de week op de Graafsebrug werd opgehouden door een bakfiets. Het betrof wethouder Tiemens die een proef nam. “Zie je wel”, kraaide ze triomfantelijk. We moeten de auto afknijpen om vélocity te zijn. 

Zodra een gezagsdrager gaat knijpen is waakzaamheid geboden. Vanwege alle toezicht druppelt de pomp in ons clubhuis. En sinds de Burchtstraat bij het stadhuis is versmald moeten voetgangers er voor bussen opzij springen. En nu dan de Graafseweg. “Maar gelukkig is de raad de baas”, hoor je ondernemers kraaien.

ROEP OM ROEPTOETER

Hoe weet je in deze stad wat er loos is? Bruls mag het weten. Vorige week moest ik voor mijn deur een oude bokkensprong maken toen een stapel wielrenners aan kwam stormen. Voordat je het beseft speel je een hoofdrol op de Dag van het Levenslied. En dat terwijl de smart op de kade lag.

Wat wil dit verhaal? Terwijl breed uitgemeten werd dat op het Valkhof weer gejankt mocht worden, bleek er ook een wielerkoers én een eetfestijn met eetkarren op de kade te zijn. Evenementen die nauwelijks ruchtbaarheid kregen. Bewoners, bezoekers en uitbaters werden verrast.

Nou hou ik van verrassingen, maar dit was ronduit sneu. Nauwelijks een kip die op de kade van zichzelf kwam proeven of zag hoe wielrenners rondjes draaiden. Als Nijmegen evenementenstad wil spelen dan moet er snel een roeptoeter komen. Bruls is geroepen de aloude klepper in ere te herstellen. Al was het maar dat ik weet wat we in dit nijvere oord nou weer aan onze fiets hebben hangen.

OPHEFFING BINNENSTAD

Omdat de man weer eens een lintje doorknipte meende ik met de burgemeester van doen te hebben, maar hij bleek wethouder. “Van de binnenstad”, zei hij. Dat doet hij samen met een oud-wethouder en een oud-winkelier. Het verleden is altijd een sterk punt van deze aloude vestingstad geweest. Reden waarom ik vaak binnenloop bij 't Goed, een drukke kringloopwinkel in de Burchtstraat. 

Top Shelf loop ik verre van plat, hetgeen de wethouder betreurt. Bij de opening van deze verbouwde VenD liet hij weten “dat we de binnenstad op kunnen heffen als deze winkel niet loopt.” Nou, nou. Hier gaat de man niet alleen met zijn eigen broodwinning aan den loop, maar ook met ons aller huiskamer. Wat is Nijmegen zonder binnenstad anders dan Hees?

Bezorgd over het lot van de city snuffelde ik tussen de hansopjes van 't Goed naar een badpak om straks op het Waalstrandje te kunnen paraderen, toen de echte burgemeester me aanklampte. Of ik wel wist dat deze populaire kringloopwinkel richting Hees verkast?  Ach nee toch. Daar gaan we met de binnenstad. 

ARTISTIEKE MARKTHAL


Toen ik zondag de expositie 'Kunstwerk zoekt vriend' in het Valkhofmuseum bekeek, wist ik genoeg. Daar is geen duur rapport voor nodig. Mijn beleving van schoonheid staat haaks op die van de Vriendenclub die het museum heeft. Zelden droop er zoveel prut van de panelen. Een beleving die kan wedijveren met dat intussen opgedoekte waterkunstwerk aan de kade. Er gebeuren vreemde zaken met onze centen.

Omdat mijn kunstzinnige diepgang tekort schiet, heb ik altijd vertrouwd op hogere machten die in naam van de permanente educatie prediken dat kunst zich verheft boven volk en ratio. Dat hebben we geweten. Een artistieke kliek heeft er een potje van gemaakt. Iedereen faalde. Van conservator tot wethouder. Van directeur tot bestuurder. 

Een museum moet de geest van de stad ademen. Die kijkdoos op het Kelfkensbosch is niet voor niets in spiegelglas verpakt. Kijk goed en je ziet de bruisende huisvlijt van een dwarse nederzetting. Vergeet dat museum en maak er een breed verzamelgebouw voor creativiteit van. Made in Nijmegen. Een artistieke en ambachtelijke markthal. Met hapjes. Heb ik er ook iets aan.

STRIJD TEGEN WATERSTAAT

Grote strijders zijn 'die van Nijmegen' nimmer geweest. Wij waren geen veroveraars. Kijk slechts naar NEC. Weliswaar kende Nijmegen in de middeleeuwen een stadslegertje, maar als dat erop uittrok was het eerder bijstand dan machtshonger. Alleen rond de Pierson is ooit gestreden, maar de krijgers kwamen dan ook nauwelijks van hier.

Het waren voorlopers van GroenLinks die op de barricades van de Zeigelhof stonden en daarom verbaast het me niet dat Pepijn Boekhorst zich onlangs in een harnas heeft gehesen. Pepijn is het raadslid dat voor de Groenen de ballen intrapt die de SP laat liggen. Als aanvoerder heeft hij Rijkswaterstaat de oorlog verklaard.

Inzet van de strijd is de heerschappij over Spiegelwaal, Waalstranden en Opoe Sientje. Kortom alles wat Nijmegen tot Summercapital moet verheffen. Nobel, maar kortzichtig. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een klassieke politieke list. Daar waar de gemeenteraad als pot nat weinig profiel toont, wordt de tegenstander buiten de deur gezocht. Het Rijk is gewaarschuwd.

TRAP ER NIET IN

"Kijk verdikkeme uit waar je loopt”, bromde opa. Ik had er weer eens ingetrapt. Dat was lang voordat het CDA vragen over hondenpoep ging stellen. Van nature kijk ik altijd omhoog. Aan de gevels herken je de stad. Niet aan de stoep. Zo vertellen saaie puien in de binnenstad waar de oorlog een verwoestend spoor naliet. De herbouw vormt één groot gedenkteken.

Opa woonde lang bovenaan de Broerstraat. In dat stuk binnenstad dat februari 1944 wonderwel aan de bommen ontsnapte. Pas bij de bevrijding, een half jaar later, ging zijn winkel door brandstichting alsnog ten onder. Ze hebben de stad driemaal verwoest, sneerde hij altijd. Eerst Amerikanen, toen Duitsers en tenslotte het CDA.

Door de Broerstraat is onlangs een spoor van hedendaagse metalen plaatjes aangebracht. Als verloren bierviltjes na een wilde Koningsnacht. Ze zouden de brandgrens van het bombardement moeten markeren. Maar ze vertrappen op deze plek de historie. “Hier vielen geen bommen. Trap er niet in”, hoor ik opa brommen.    

OPOE IS STOUT

Ontdaan las ik over de lotgevallen van de bedreigde Opoe Sientje. Het verhaal van een schuit versus waterstaat. Durven ze wel? Zoiets grijpt me aan sinds de bijbel David ten tonele voerde. Ik kies van nature voor de zwakste. Dat maakt NEC ook zo geliefd. Of onze museumdirecteur. En nu dan Opoe Sientje als lichtpuntje op een kwakkelende kade. 

Opoe geldt als het vlaggenschip van de illegale armada die de rebelse rivierschuimer Leon Berkens in de Waal aan het opbouwen is. De man kraakte eertijds met zijn woonboot Orca de Waalhaven om zich hier blijvend als piraat te vestigen. Sindsdien laveert hij zodanig tussen regelneven als gemeente en waterstaat door, dat de 'Kaaij' kan scoren als alternatief voor haringparty, hofbal en pannenkoekenboot.

Nou hoef je in Nijmegen maar even een foute Grote Broek aan te trekken om als heilig huisje gedoogd te worden, zo leren kraakgeschiedenis, markthandel en terrassen. Zakdoekje leggen, niemand zeggen. En vervolgens gaan ze de barricade op als spelregels dreigen. Ik hoor onze Summer-capitalisten nu al vanaf de kade richting waterstaat scanderen: “Afblijven: Beschermd stadsgezicht.” 

TOREN VERKOMMERT

Toen de hertog van Parma eertijds op de Nijmeegse wallen een pint pakte verzuchtte hij niet voor niets: “Bel Vedere”. Deze edele Italiaan genoot van het fraaie uitzicht. Anders had-ie wel “Bel Verderrie” geroepen. Het was 1585 en het Valkhof, met donjon, pronkte nog in volle glorie. Dat verklaart veel.

Sindsdien heet de waltoren trots Belvedere. Met of zonder accent; doet er niet toe. We weten waar we het over hebben. Het boegbeeld van de stad. Een baken dat voor Arnhemmers markeert waar het Bourgondische leven begint. Hoe vaak hieven we er niet een gastronomisch loflied aan? Hier waren Bacchus en Dionysos thuis.

Toen ik er afgelopen Pasen met een Italiaanse vriend een vorkje Parmaham wilde prikken, gaf echter niemand thuis. “Vaak dicht, man” riep een groep zittende hangjongeren. “Verderrie”, verzuchtte ik. Hier verkommert een fraaie toren met een groots vergezicht. Hoogste tijd dat de burgemeester contact opneemt met Haystack, Sligro en Heineken.

BELEVENIS OP SINGEL

De stad moet je beleven. Ik hoor het de wethouder zeggen. Ter ondersteuning ging hij gekleed als bloemetjesgordijn. Beleving is trending. Run Staddijk, krochten stadhuis, waterglijbaan Lindenberg, smart Goffert, reuzentoren Valkhof, versmalde Graafseweg. Belevenissen. Zelfs die betonnen pijp van de centrale is voor liefhebbers van de donjon een unieke beleving.

Vanuit die hang naar beleving is eertijds ook die grootsteedse esplanade tussen station het Keizer Karelplein ontstaan. De wethouder jubelde: “Hier beleeft de bezoeker de allure van een keizerstad. Een boulevard als vorstelijke entree. Een Nijmeegse amuse”. Ik was geroerd en verfoeide mijn gebruikelijke loop over een uiterst armoedig olifantenpaadje in de marge.     

Spontaan gaf ik de wethouder een hand. Samen beleefden we daarop de Van Schaeck Mathonsingel zoals de schepper het bedoeld moet hebben. Als vanzelf gaat de mens hier schrijden.Vanaf het plein klonken zacht de 'wedding bells' van Mendelssohn en ik besefte waarom je in Nijmegen binnenkort overal mag trouwen. Een belevenis.

WIJ ZIJN NEC

Ooit waren wij Union, later werd het Quick. Met NEC is het nooit wat geworden. Integendeel. Wij zagen hoe ze in de Goffert met subsidie betaalde kunstjes met een knikker uithaalden, terwijl wij voor nog geen grijpstuiver op een knollenveld aan de bal waren. Van de weeromstuit hulden wij ons in rood en met zwarte rand. Wij zijn Nijmegen, dachten we, lang voordat Havanna de naam kaapte.

Het was dan ook schrikken toen dat dik betaalde vreemdelingenlegioen zich een dezer dagen plots etiketteerde met de lokale slogan “Wij zijn Nijmegen”, terwijl er niet één Nijmegenaar mee mag doen. Verraad, verraad en dat tegen een semi-gemeentelijke vergoeding van twintig mille ook nog. Ik wed dat ze straks op soortgelijke wijze de Goffert toegeschoven krijgen. 

Terwijl ik daarover hardop aan het nuilen sloeg, ging NEC in Arnhem ten onder. En toen de trainer het daarna over een “heel arm cluppie” had, smolt mijn Nimweegse gemoed. Ach, ach, ach. In tijd van nood en dreigende degradatie weet het volk zich één met de underdog. Weer trekken wij ten strijde. Wie? Wij van Nijmegen. 

MUSEUM ZOEKT VRIEND

Het begint al meteen: Van binnen is dat museum niet wat het van buiten belooft. Geen zwempoel maar een allegaartje. Of neem het etiket. Voor mij is het Valkhof de herinnering aan een groots verleden in een uniek gelegen park, maar geen uitstalkast. De naam schept verwarring en dat is precies wat er nu gebeurt. Als je oud en nieuw op een hoopje gooit krijg je stoffig grijs.

Kijk, als die Romeinen hier nou iets meeslepends hadden laten slingeren, was er met me te praten geweest. Maar helaas. De buit betreft overwegend stoffige prullaria op Action-niveau. Ook het moderne gedoe was zelden spraakmakend en kwam niet veel verder dan de Kijkshop. In arren moede is nu de tentoonstelling “Kunstwerk zoekt vriend” opgezet. Kun je lang zoeken, vrees ik.

Vandaar dat leden van De Gelderlander de zomerexpositie mogen samenstellen. Jongens, jongens doe dat nou toch niet. De aanhang van dat dagblad is naar eigen zeggen sterk vergrijsd. Daarenboven is de krant in een uitgekauwd donjon blijven steken. Laten we dat Valkhof Museum maar meteen aan de Vasim geven. Gebeurt er tenminste iets.

GEROFFEL VOOR DE MARSLEIDER

Even los van die donjon is weinig zo Nijmeegs als de Vierdaagse. Vraag buitenlui wat ze van de stad weten en steevast valt die naam. Uiteraard had ik liever Summer Capital gehoord maar het beeld van een mensenmassa die eindeloos door Nijmeegs dreven ploetert is tot uiterst lucratieve citymarketing verworden. Iets wat de stad een week lang uitbundig viert.

In weerwil tot een hardnekkige mare is die Vierdaagse niet door de Romeinen bedacht maar door Haagse heren. Dat kransje van marsleiders zakte in de oudheid naar Nijmegen af om vanuit een hotel lichamelijke opvoeding te propageren. Daar kwamen geen Nijmegenaren aan te pas. En toen die als reactie daarop met Zomerfeesten luidruchtig de trom gingen roeren, gruwden ze.

It's a long way to Tipperary. Na meer dan een eeuw krijgt de Vierdaagse eindelijk een Nijmegenaar als marsleider. Onze eigen professor Henny Sackers. Hulde voor deze stap vooruit, en daar draait het bij die wandelmars uiteindelijk om. Vooruit. Het liefst zou ik nu enig tromgeroffel laten horen, maar helaas, het kransje dat de Vierdaagsefeesten organiseert duldt zulks niet. Helaas. Een stap terug.

HANDDRUK BASTEI

Neem de spits van de Stevenstoren. Nagebouwd. Een betonnen constructie omhuld met lei. Hoger en ranker dan-ie voor de oorlog was. Of bezie de toren van het stadhuis. Die heeft nooit bestaan. Fantasie ontsproten aan Anton Pieck. Zoals die kanunnikenhuisjes en de Commanderie grotendeels uit de grote duim ontsproten zijn. Nijmegen pronkt met namaak, maar geen mens die je daarover hoort.

Wat is er dan met die donjon? Er bestaan vele malen meer tekeningen van dat Valkhof dan van andere Nijmeegse monumenten, maar toch blijft een verzuurde stedelijke achterhoede eindeloos mekkeren over nep. Waarschijnlijk omdat de sloop eertijds van links kwam. Trawanten van Havanna dulden geen feodaal symbool.     

Intussen krijgt de Stratenmakerstoren een bovenbouw (foto) met skybar die spot met alles wat ooit de historische betekenis van dit bastion was. Een rondeel als poppenkast. Mij hoor je niet over nep mekkeren. Ik besef dat ik wat dat betreft bij een minderheid hoor, maar wel een die straks trots is als herbouwde Bastei en donjon elkaar op het Valkhof de hand geven. 

MASKER ALS DONJON

Als kind kon ik in Museum Kam al wegdromen bij een Romeins masker dat bekroond wordt door bustes van Bacchus. Het jongensboek van een krijger die aanvoerder was maar sneefde. Het pronkstuk lag een eeuw geleden bij de Waal voor het oprapen. Maar wat ik naderhand ook langs de rivier struinde, meer dan een verroeste nagel aan de doodskist van een geflopt waterkunstwerk op de kade vond ik niet.

Plots staat dat fameuze Nijmeegse masker in de schijnwerpers. Het moet als metershoge uitzichttoren smoel geven aan de betonnen boorden van de Spiegelwaal. Wat een vondst. Hier overtreft Nijmegen met recht zichzelf, denk je dan. Maar dan ken je de stad niet. Het gaat slechts om een winnend ontwerp dat de kunstenaar desgewenst tijdelijk uit mag voeren. Hij kreeg er duizend (!) euro voor.

Wat een uiterst bekrompen gedoe. Nijmegen betaalde grif een half miljoen voor mislukte waterkunst maar geeft nu geen thuis. Voor een fractie van het bedrag dat neergeteld moet worden voor een donjon op het Valkhof ligt er langs de Waal een veel spraakmakender icoon voor het oprapen. Wat let de stad?

++++++++++++++

STOELENDANS HUISMEESTER

Toen de baas van de stadspartij mocht opdraven als huismeester van Havanna was meteen duidelijk hoe de wind in de binnenstad zou gaan waaien: Uit de ondernemende horecahoek. Wethouder Van Hees schreef niet voor niets het Nijmeegse Kroegenboek. Nog steeds een geliefd naslagwerk voor lokale nostalgie.  

Sindsdien stroomt er met het jaar meer schuim door gassen, straten en pleinen. De verkneutering van de binnenstad tot huiskamer, met meer zithoekjes dan er biersoorten zijn, dwingt de voetganger in toenemende mate tot het laveren door een labyrint van terrasstoelen. Geen raadslid valt daarover. Maar wel over teveel bioscoopstoelen. 

Als de raad dan zo graag voor operateur speelt moet er snel een oplossing komen voor de Aldi. Deze goedkope voedselbank voor de binnenstad sluit deze week de deuren in de Mariënburg om bioscoop te worden. Een gevoelig gemis, tenzij onze ondernemende huismeester besluit om van het met sluiting bedreigde Carolus Theater aan Plein '44 subiet een supermarkt te maken.

+++++ 

GEMISTE KANS

Wat doet een Turkse minister van familiezaken midden in de nacht op het Nijmeegse politiebureau? Rutte mag het weten en anders Koenders wel. Wij niet. Het enige wat wij weten is dat het met veel kabaal gepaard ging. Een politieheli bleef  als een loopse raasbol eindeloos rond de Stevenstoren draaien. Een kroeg hoeft maar een fractie van die overlast te geven om een half jaar op slot te gaan, maar hier brak de nood kennelijk wet.

Waarschijnlijk is de nood bij de uitgewezen minister op haar terugweg dermate opgelopen dat een sanitaire stop nodig was. Het blijft gissen. Andere bronnen willen dat ze ruggespraak over vertrekregelingen met de gewezen Turkse wethouder Tankir eiste. Kan gebeuren, maar wat heeft die brommende wentelwiek daarbij te zoeken?

Je zou er nog vrede mee kunnen hebben als die familievrouw dankbaar zou zijn voor geboden gastvrijheid, maar terug in Istanboel vervloekte ze voor het verzamelde journaille luidkeels haar Nijmeegse verblijf. Geen woord over Altijd Nijmegen als oudste stad, vélocity of summercapital. Jammer. Een gemiste kans om de stedenband met Gaziantep te verdiepen.

+++++

OPHOEPELEN MET SLABBETJE

Omdat de begroting te boek staat als hét topduel in de arena van de plaatselijke politiek, ging ik er eens goed voor zitten. Samen met een pijpje bokbier en enige discodellen. Made in Nijmegen, dat spreekt. Laat de gladiatoren maar komen, met GroenLinks en SP in de frontlijn. De Nijmeegse regeringspartijen hebben wat uit te leggen.

Ga maar na: Flater met Plein-stenen. Verprutste roltrappen. Geflopte kade-kunst. Verloren Stationsplein. Genept door slachthuis. Nee, niks oude koeien. Bloedworst willen we zien, maar in de comfortzone van de raadszaal was er lof voor de vroedschap. Begrijpelijk dat een afgedankte PvdA bij zoveel zelfbevlekking over een slabbetje voor de zwaksten rept en het wonderkind van D66 fluks de benen neemt.

Mijn opa van de Ouderenpartij repte vroeger over de raad als “men heft een glas, doet een plas en laat de boel zoals die was”. Dat leek me goedkoop populisme, maar verdomd, er zit iets in. Nog geen week later proclameert de verzamelde Knotsenburgse zotternij het lied “Wij heffen het glas” tot schlager 2017. Dat kan geen toeval wezen

UITROEPTEKEN

De behoefte om te verheffen is oud. Traianus staat op een zuil, de Hundisberg dient als voetstuk voor Stevenstoren en het Valkhof werd bekroond met een donjon. Zelfs het stadhuis kreeg bij de herbouw van Anton Pieck een vervalste toren als troostprijs na de verwoesting van Nijmegen als torenstad.

Op een voetstuk steekt je boven het maaiveld uit. Een markering, een aandenken. Daarom scoort de opgestapte wethouder Tankir ongetwijfeld als Nijmegenaar van het jaar. Een voorloper van hem glorieerde eertijds als Quack met een eigen zuil. Gelijk Moenen op het Stevenstrappen voor paal staat.

Via dat bruggetje belanden we bij de paal van West. De groteske pijp van een afgedankte kolencentrale. Driemaal hoger dan de Sint Steven, tweemaal hoger dan de Nimbus. Een obelisk die herinnert aan de dagen van luchtvervuiling. Een leerzaam uitroepteken dat behouden moet blijven.

LINKSE SOEP

Hoe lekker is Nijmegen? Als het aan 'Lekker' ligt niet bijster, maar wij weten dankzij De Nijmeegse Garde beter. Nijmeegse Garde? Jawel, zes lokale topkoks vormen een hoogstaand culinair clubje *). Geef ze een tomaat en de smaak beleeft sensatie. Nijmegen heeft zes sterren.

Die zoek je ten stadhuize tevergeefs. Geef die zes wethouders een tomaat en het wordt linkse soep met bijsmaakjes. Dat krijg je ervan als het volk de SP laat koken terwijl GroenLinks roert en de PvdA mag toekijken. Reden waarom de fractie het niet veel soeps vond. De scherpe 'biber' ontbrak, terwijl ze juist daarvoor die Tankir aan het fornuis hadden gezet.

Herrie in de keuken. Intussen vragen de kiezers zich af of ze dit wel besteld hebben. Een aftreksel dat kleurlozer is dan de Honig aan rood in een pakje stopt. Je mag voor de bouillon dan ook absoluut nooit uitgebeende restjes Hilckmann gebruiken. Zit een luchtje aan. Niet lekker.

*) Restaurants Flores, Nieuwe Winkel, Witlof, Savarijn, Vesters en Lime

+++

MARKETING VAN CITY

Amechtig hijgend zeeg de zwart geklede man neer op een bankje in het Valkhof en verzonk in gepeins. Een treurwilg temidden van verschietend groen. Was me dat een klim. Liften en trappen zijn aan de Waal vervloekt. “Wat, oh wat, moet ik aan met Nijmegen”, stamelde hij.

De politiek scheepte hem op met citymarketing, maar dan moet je wel weten waarmee de stad zich profileert. Toen hij het de stad vroeg, ontstond een kakofonie. Als je alles wilt, wordt het grijs. Wat maakt Nijmegen nou echt uitzonderlijk?

Plots veerde hij verlicht op. In Nijmegen hoef je het verschil niet te maken, het is er gewoon. Markante hoogteverschillen. De stad als Berg en Dal. Sloop de 'klaagmuur' met casino en herstel wat ooit typisch Nijmeegs was. Uitdagend omhoog slingerende gasjes tussen kade en city.

De wethouder keek van het keizerlijke verhoog soeverein neer op de lage landen met  Arnhem aan de kim. Voor het eerst in zijn politieke loopbaan glunderde hij. Nijmegen heeft citymarketing voor het oprapen.

+++

WINTERCAPITAL

Helaas, ze zijn voorbij de mooie dagen van de Summercapital. Oh, oh, wat hebben we genoten. Met busladingen kwamen ze. Nooit eerder bleef de Randstad zo rustig. Nijmegen staat niet langer te boek als een suf wandelstadje aan het wijwater, maar als mondiale melting pot voor vloggende cyberpunkers aan bubbelend Waalwater. Sla de Rough Guide er maar op na. 

Er kon langs de Waal geen oerrund verjaagd worden of het bordje 'Summercapital' verscheen. Een kaal zanderig plekje bij de Snelbinder werd uitgeroepen tot Costa en Opoe Sientje hoefde maar te kikken om verloren ruimte onder de brug te verheerlijken als het Copakaaijbana van de lage landen.   

Omdat de zomerse zendelingen nog wat gemeenschapsgeld op zak hadden werd onlangs in Lux  beraadslaagd met lokale smaakmakers. “Wij zijn Altijd Summercapital”, was de inzet, maar het wordt winter. Twintig jaar geleden werd Nijmegen uitgeroepen tot 's lands Wintercity. Ook mislukt, maar wacht, als we die Spiegelwaal straks nou eens inzetten als schaatsbaan. Nijmegen Wintercapital. Vraag maar vast subsidie.  

+++

LANDJEPIK OP DE STOEP 

Ooit was ik bezitter van een stukje Wedren. Veroverd tijdens het speelkwartiertje op de nabije Josephschool. We speelden landjepik. Een vorm van landhonger, lang voordat Lent ingelijfd werd. Grond is schaars, vooral in de binnenstad. Vraag het maar aan kroegbazen, pedaleurs en marskramers.

 Om territoriumdrift te beteugelen hebben wij de vroedschap in het leven geroepen. Die wordt geacht over iedere vierkante meter Nijmegen te waken. Maar onder haar ogen laat de toezichthouderij intussen wel alle teugels vieren. In toenemende mate barricaderen kramen, fietsen en terrasmeubilair een rondje stad. 

Probeer op de kade eens langs het water te flaneren of langs de kroegen op de Grote Markt te sloffen. Op Koningsplein en Ganzenheuvel zegeviert het alcoholische imperialisme over de wandelaar. Landjepik op het trottoir. Nooit eerder was het stadsbeleid zo dienstbaar aan het kapitaal. Gezellige boel in Nijmegen (vh Havanna). 

+++

OGEN SLUITEN

De professor verzocht de ogen te sluiten. Toen zei hij: “Dat we dit nog mogen meemaken. Wij zijn verrukt.” Hij zag een arena, een amfitheater, een colosseum. Bloeddorstig volksvermaak in een Goffert avant la lettre. Dit was de kroon op alle spitwerk naar Noviomagus, maar toen we de ogen openden stonden we ontnuchterd bij wat scherven in de Mesdagstraat in Oost.

Veel theater biedt Romeins Nijmegen al eeuwen niet. Alleen met veel fantasie wordt er nog een gladiator voor de leeuwen gegooid. En dat blijft prikkelen. Vandaar dat archeologische wroeters op zoek zijn naar een tweede amfitheater, nu in West. Toevallig net op het moment dat het Valkhofmuseum gladiatoren te kijk wil zetten.

Net zo toevallig als de kans dat die tweede arena zich onder of nabij het slachthuis schuil houdt als stille getuige van drama. Aangenomen wordt dat wethouder Velthuis hier meer van weet. En om te voorkomen dat hij vanwege Hilckmann voor de leeuwen wordt gegooid wil de man hier heien toestaan. Zo wis je sporen uit. Even de ogen sluiten.

+++

GEEN JOKERS 

Waar begint Nijmegen? Dat vroeg ik me af bij weerkeer van verre. Bij de Waalbrug of  die Struykenblokken? 'Bij mij', hoor je wethouder Van Hees denken, terwijl ik eerder aan Traianus denk. De man die Nijmegen ooit marktrechten gaf en zich nu op zijn plein achter de oren krabt. Welkom terug.

Omdat ik dit stukje wilde beginnen waar ik eindigde, toog ik naar de kade. Genuil ligt hier als pokemon voor het oprapen. En verdomd. Middenop is een kiezelig stadsstrandje met ligbanken verrezen, maar toen ik aanstalte maakte gaf een stadswachter me te verstaan dat een boerkini hier minimaal vereist is om geen aanstoot te geven. Bovendien schijnt  het een  zen-ding te betreffen en geen zonnebank.

Voor een zonnebad verwees de man me naar nabije Waalstrandjes en meteen schoot  de foto op mijn netvlies van vier initiators bij een verlaten Spiegelwaal. De prent stond in het dagblad Trouw. Summer Capital Nijmegen, stond erbij en ik keek ernaar op een zwierig strand ver weg. Je voelt dat de stad te kijk staat. “Wij zijn Nijmegen” roept de gemeente, akkoord, maar wij zijn geen jokers.

+++

EINDELIJK DE GROENSTE 

Wat oranje met voetballen niet lukte, flikt Nijmegen met groen. De stad is op eigen verzoek uitgeroepen tot Europees kampioen. Althans, op de pof. De titel geldt voor 2018, maar bij de proclamatie deed de harde kern van de duurzame parochie alsof we het EK nu al op zak hebben. Mensen, mensen pas toch op. Je hoeft met de Vierdaagse maar even naast de pot te pissen en je kunt ernaar fluiten.

De neiging om te overtreffen is van alle tijden. Als knaapjes deden we met plassen al wie het verste kwam. De school lag niet voor niets aan de Wedren. Je wilde de beste zijn om opgeblazen met de borst vooruit te kunnen lopen. Haantje de voorste. De burgemeester geldt qualitate qua als boegbeeld van dat streven.

Gelijk een WC-eend, die het scheepsrecht kent, klopte hij tot driemaal toe aan de Brusselse deur. Je hoort het gekerm: 'Staat die Bruls verdomme weer te schooien'. Begrijpelijk dat ze van dat groene gedram af wilden. Geef die man zijn award en ophoepelen. Het kan dan ook geen toeval zijn dat het stadsbestuur deze week liet weten voor een stedelijk verbod op bedelen te voelen.

+++

HET WIJ-GEVOEL VAN KLOKKEN

Wij zijn Nijmegen”, schalde het vanaf de stadhuistoren. Hoorbaar van Waal tot ver voorbij het kanaal. De slogan lijkt wat verstomd. Geen letter erover in de Zomernota; de glossy reisgids van de rode coalitie. Havanna-plus klopt zich vooral op de borst. We zijn op de goede weg. En bij gebrek aan dualisme knikkebolt het verzamelde raadsvolk.

De stad ontbeert het 'wij-gevoel' dat in de Goffert en met de Vierdaagse zo manifest is. Toen het volk zich op die Zomernota mocht werpen bleek dat het stadhuis geen pannenkoekenboot is. Reden voor de reisleider van de schuit om in de krant zijn zorg uit te spreken over stedelijke verdeeldheid.

Toch is er hoop. Daar waar Maas en Waal elkaar omarmen, daar waar bruggen geslagen zijn, wil de gemeente kerkklokken op gaan hangen. Het betreft een kunstproject waarvoor anderhalve ton is uitgetrokken. Het gebeier moet een 'zintuiglijke verbinding' tussen wijken vormen, luidt de toelichting. “Wij zijn Nijmegen”, galmt het straks.

+++

DIKKE MIK VAN DORNICK

Als er eertijds klerken en groenen bestaan hadden was er nooit een burcht op het Valkhof gebouwd. Laat staan dat Traianus van de Kopse Hof een kazerne had kunnen maken. Soms heb je gewoon doeners nodig om stad te worden. Vraag het Opoe Sientje. Zonder haar was de kaai een dolende sjouwer gebleven.

Toch twijfel ik als de naam Dornick valt. Deze Lentse veelvraat speelt al jaren monopolie met onroerend Nijmegen. Hele complexen en halve straten worden als zoete Marikenbroodjes gekocht om er dikke mik van te bakken. Meer dan wie ook bepaalt Dornick hoe de stad eruit ziet. En dat mag best gezien worden.

Toch wrikt het. Dornick had eergisteren al willen doen waarover klerken en politici tot overmorgen willen dubben. Intussen ligt in het hart van de stad al jaren dat Luxorpand te creperen en stokken projecten even verderop. Niet alles in Nijmegen is dikke mik.

Janus van Traa

+++

VERHAAL VAN DE OEREIK

Het was op een terras met minimaal zicht op Nijmegen. De Lentse tuinder nam een slok en zuchtte: “Vreemde gladiolen, die Nijmegenaren.” Op zo'n moment voel ik me aangesproken. “Wij hebben die woonblokken die het uitzicht bederven hier niet neergezet. Dat geschiedde in de dagen dat Lent nog van Elst was. Ken Uw geschiedenis.”

Hij zuchtte nog dieper. “Nee, ik bedoel die lelijke betonblokken die in de oorlog voor roadbarrier speelden. Wij hebben die in 1944 zo snel mogelijk weggemoffeld, maar nu Nijmegen de baas is worden ze opgegraven en als oorlogsbuit op een voetstuk geplaatst.” Ik poogde andermaal op de historie te wijzen, maar de man draafde door alsof die dorpensingel er na tien jaar eindelijk ligt.

Wat historie?” en hij wees op imponerende fossiele boomstammen die even verderop aan de dijk liggen te verkommeren. Opgebaggerd uit de Spiegelwaal; duizenden jaren oud. Restanten van majestueuze eiken die voor de Germanen heilig waren. Hij bromt: “Wat blijft er over van jullie  natuurmuseum als het straks Bastei wordt en ze nu al geen oor hebben voor het oeroude verhaal van een eik? Ken Uw geschiedenis.”   

+++

OMROEP VRAAGT AALMOES

De klassieke bedelaar rukt op. Wat in Arnhem niet mag vangt Nijmegen uit broederliefde op. Intussen weet geen mens wat er met die deerniswekkende living statues meer loos is dan dat ze om een aalmoes verlegen zitten. Kan gebeuren. Komt in de beste kringen voor maar dan noemen ze het crowd-funding. Een duur woord voor ordinair schooien.

Er kan geen donjonnetje meer bedacht worden of ze gaan met de pet rond. Nu de lokale omroepers weer. Die willen gaan doen waartoe ze op Nijmeegse aarde zijn, maar komen geld tekort om enkele dagen achtereen live kond te doen van de Vierdaagse. En dat ondanks alle subsidie. Nou vraag ik je.

Bij gebrek aan nieuws lopen tal van zwaar betaalde nationale en provinciale zendgemachtigden dagen achtereen de marsleider voor de voeten met de vraag hoe het loopt. Horden verslaggevers verdringen zich tot vervelens toe rond dezelfde mankepoot. Op alle kanalen hetzelfde liedje van 'levenslust en moed'. Kunnen die lokalo's niet gewoon als vloggers op die rijdende trein jumpen en meesurfen?

Janus van Traa

+++

Boorden van de Spiegelwaal

IJSJE SPIEGELWAAL

Je hebt van die tropische dagen dat het niet lukt zonder geklieder een ijsje soldaat te maken. Zondag was zo'n dag. Terwijl volwassen mannen om de hoek in berenvellen op z'n Romeins soldaatje speelden, pakte ik mijn zwemboeltje. De Waal was weleer niet voor niets onderdeel van de limes. Koel, helder water, rechtstreeks van smeltend ijs.

Helaas, van strandjes was geen sprake. De rivier wast en valt. Er zat niets anders op dan verder door te stoten naar het kleine broertje Spiegelwaal. Dat nieuwe water dat waterstaat ons schonk en er sindsdiens als een stiefkind bijligt omdat geen mens precies lijkt te weten wat je ermee moet.

Wie schetst dan ook mijn verbazing toen ik tientallen zwemmers ontwaarde. Weliswaar betrof het een wedstrijd voor het goede doel, maar toch. Waterpret. Ooit droomden we hier van een stedelijk zwemparadijs met strandbad, maar sindsdien doet waterstaat er alles aan gebruik te ontraden. Er is veel koud beton te vinden. Geen ijsje. Alle hoop is gevestigd op de komende Zomernota.

Janus van Traa

+++

GEDENKSTEEN

Gisteren ben ik uit het straatbeeld verdwenen. Ook gedenkstenen hebben het eeuwige leven niet. Het graniet ging barsten. Opruimen die handel. Eigenlijk was ik ook maar een voetveeg. Velen gingen er achteloos aan voorbij. Behalve grootvader. Die liet bij mijn geboorte een gedenksteen in de Ziekerstraat leggen. Samen met de winkeliers. Handel.

Een 'boulevard of fame' is het nooit geworden. Gelukkig liggen er ook stenen die laten weten dat het onschuldige geboortetegels betreft, want soms hoor je fluisteren dat er in de oorlog wel erg veel doden in die Ziekerstraat gevallen zijn. Ik zou hier nooit eeuwige rust zoeken.

Nee, dan de Stevenskerk. Volgens overlevering is mijn betovergrootvader hier begraven. Maar wat we ook zochten, een grafsteen hebben we nooit kunnen vinden. Waarschijnlijk slachtoffer van de oorlog. Daarna is de handel opgeruimd en ondergronds op een hoop gegooid. Dat werd deze week toevallig door grafschenners herontdekt. Nu de gedenksteen nog.

+++

KOEKJE VOOR WILDPLASSER

Toen ik de bevlekte broekspijpen van de broodschrijver zag wist ik genoeg. Participerende journalistiek. De man testte de waterafstotende verf die het feestcomité op muurtjes had gespoten. Eerder was de halve voorpagina van de krant ingeruimd voor de beproefde vinding: 'Pee Back'. Een koekje van eigen deeg voor de wildplasser.

Het gezeik begon toen het randgebeuren van die Vierdaagse in bier gedoopt werd. Heineken nam de stad over en Wammus stond symbool. Een wanstaltig gedrocht dat olijk zwaaiend met een pul bier alles propageerde wat de marsleider ontraadt. Sindsdien is ordelijke doorstroming een groot probleem.

Zelfs de uitverkiezing tot 'green capital' loopt gevaar en daarom moet alle vocht opgevangen worden voor het telen van courgettes. Om geen afbreuk aan die beoogde kringloop te doen zetten de feestneuzen nu 'Pee Back' in. En dat terwijl spandoeken twee dagen geleden nog uitriepen: “Splash your city.” Als je even niet oplet groeien er straks courgettes tegen het muurtje achter de kroeg. Of ze komen je broekspijpen.

+++

NIJMEEGSE HOOGTEVREES

De stad heeft altijd enige hoogtevrees gekend. Zo duurde het even voordat de Hundisberg beklommen werd. Hundisberg? Jawel, dat is de laatste glooiing voordat de Nijmeegse heuvelrug anoniem oplost in het platgeslagen land van Maas en Waal. Als bekroning kwam er de Stevenstoren te staan. Zo, weten we dat ook weer.

Om hoogteverschillen weg te moffelen werd later de Lindenberg vermoord om plaats te maken voor een dwaas Groen Balkon. En nadat bommen de bovenstad plat sloegen werden bij de herbouw Hezel- en Augustijnenstraat genivelleerd door de Grote Markt af te graven. De Hezelstraat werd minder stik. Zo, weten we dat ook weer.

Geen binnenstad in dit lage land kent zoveel markante hoogteverschillen als Nijmegen. Dat zou best wat meer benadrukt en uitgebuit mogen worden. Wat dat betreft zet die vermaledijde waterglijbaan in de Hezelstraat alvast de toon. Er is meer in de stad dan nivellering. Zo, weten we dat ook weer.

JANUS VAN TRAA

+++

OPLEUKING BINNENSTAD

In het kader van de binnenstedelijke opleuking verrijst er dit weekeinde een waterglijbaan in de Stikke Hezelstraat. Voor vijftien euro mag de mens hier op een speciaal kussentje (drie euro) van de Grote Markt naar de Ganzenheuvel roetsjen. Alleen de wethouder van leuke zaken mag bij de opening gratis een nat pak oplopen. Wordt lachen.

Wethouder”, zo vraagt een verslaggever, “is dit een hoogtepunt van Summercapital Nijmegen?”, maar het antwoord is door dj-kabaal onhoorbaar. Onderweg verwenst een winkelier, die op het punt van verdrinken staat, alle overlast maar de gezagsdrager giert het uit.

Onderaan gekomen wil een groep getergde bewoners weten of deze commerciële kermis zomaar kan. Zelfs de muziek zwijgt even als de houder der wet mededeelt: “U kunt desgewenst tot eind volgende maand bezwaar aantekenen.” Het wordt steeds leuker in de stad.

JANUS VAN TRAA

+++

BIDDEN BIJ DE GOFFERT

Er was eens. Zo begon opa altijd. Hij begreep dat tijden veranderen. Zo was er eens een plan om in Nijmegen een Heilig Land te stichten. “Wij waren dolenthousiast. Rome van het Noorden. Nijmegen werd mondiaal op de christelijke kaart gezet”, verhaalde hij om er meteen aan toe te voegen dat je zoiets vandaag de dag niet in je hoofd hoeft te halen.

Grootvader is van de tijd dat roomse kerken nog over de stad triomfeerden. In de Broerstraat domineerde Dominicus, terwijl even verderop in de Augustijnenstraat een machtige Augustinus de Stevenskerk naar de kroon stak. Om te zwijgen over de Jezuïeten in de Molenstraat en de Franciscanen op de Doddendaal.

Gebedshuizen stonden middenin de samenleving, tussen het volk. Geen mens kwam op de gedachte om achter De Goffert, laat staan op een bedrijventerrein te gaan bidden. En toch gaat dat nu gebeuren. Islamitische gelovigen doen er niet moeilijk over. Wie ben ik dan om bedenkingen te hebben? We hebben daar dat treinstation niet voor niets neergezet.

Janus van Traa

+++

HERINNERING AAN LUSEMERT

De stad kent een rijke traditie in het verscheuren van nostalgische prentjes. Stapels  leuke stadsgezichten kwamen terecht op de stort van de herinnering. Het leverde behalve een overlopend archief ook tal van fraaie fotoboeken op. Vroeger was het best mooi; alsof dat nieuwe Nijmegen geen charme heeft.

Ga maar eens kijken op het Stevenskerkhof met die fantasievol herbouwde kanunnikenhuisjes. Nog steeds koketteert de stad met dit stukje weemoed. Geen brochure of de 'lusemert' op het kerkhof wordt bezongen als de Nijmeegse vogeltjesmarkt. Het Waterlooplein aan de Waal.

Op maondag leit ut Nimweegs hert te grabbel op de lusemert” wil een liedje, maar ook het romantische plaatje dat daarbij hoort is inmiddels verscheurd.  Ongevraagd besloot de handel onlangs naar de Grote Markt te verkassen. Een beetje snuffelen en je vindt er een nostalgisch prentje van de oude rommelmarkt in het fraaie gotische decor van kerk, school en poort. Een mooie herinnering.

Janus van Traa

+++

STIJFSEL BLIJFT PLAKKEN

Eventjes kan lang duren. Mijn kroegbaas weet er alles van. Op een warme dag zette hij spontaan wat meubilair buiten en het staat er nog steeds. Aanvankelijk had geen ambtenaar het in de smiezen. En nog voordat de stadswacht status als boa kreeg was het al 'gewoonterecht' geworden.

Vraag het de markthandel. Marskramers kraakten begin jaren tachtig de Grote Markt en zitten er nog steeds. Gelijk pseudo-revolutionairen niet uit de Grote Broek te slaan waren. De les van Pierson leerde het stadsbestuur dat gedogen beter dan genezen is.

Vandaar dat de leegstaande Honig uiterst soepel ter beschikking werd gesteld aan creatieve geesten. Eventjes, dat wel, want de stad kocht het voor veel geld om er woningen te bouwen. Intussen is de uitstraling van de oude 'stijfelskeet' voor de stad onbetaalbaar. Dat beseffen de ondernemers. Velen willen er blijvend plakken. Dat krijg je van stijfsel.


Janus van Traa

+++

HET BASTION EN DE BAL

Om te ballen konden padvinders eertijds gratis terecht in loze ruimten onder de kerk aan het Mariaplein. Later in soortgelijke krochten onder het paleis van Pontius Pilatus in de Landstichting. Zo gaat dat. Mijn buurman stelde laatst nog zijn leegstaande zolder ter beschikking voor mijn ontspannende hobby: het kweken van plantjes.

Onder de verlengde Waalbrug is in beton een balzaal aan ruimte ontstaan. Zo groot als een balveld maar toen die grote leegte 'bastion' gedoopt werd voelde ik al meteen nattigheid. Wat is hier anders te verdedigen dan misplaatst eergevoel van Waterstaat?

Je zou toch denken dat je zo'n ledig landhoofd spontaan om niets ter beschikking stelt aan de zeeverkenners of zo, maar niets daarvan. Het betreft hier geen Ivensplein waar mevrouw Wammus van de Zomerfeesten even hekken op wil slaan. Van sommige zaken begrijp ik geen bal.


Janus van Traa

+++

STAD OP KAART GEZET

Omdat het stadsbestuur vooraf liet weten dat de Giro Nijmegen mondiaal op de kaart zou gaan zetten, ging ik er eens goed voor zitten. Voor de Vlaamse televisie. Volgens de burgemeester samen met 799.999.999 anderen, verdeeld over 168 landen. Eén grote en onbetaalbare reclamespot voor het lachwekkende prijsje van drie ton zou het worden. De resterende miljoenen lapte de provincie.

Aangezien de dringendste beelden uit de hemel komen was alles aan lokale  handnijverheid uit de kast gehaald. Zo kanteklosten ze maximaal een miniatuur van de Limburgse Gebroeders op het dak van een verstrikt museum (foto) en schreef de schepper van de Spiegelwaal in de klei dat hij voor droge voeten kan zorgen. Zo sneu. De Italiaanse regie zag alleen fout geparkeerde roze stadsbussen staan die reclame voor de fiets maakten.

In beeld kwam voortdurend een kluwen bonte fietsers die keuvelend rondjes Nijmegen deden; vervolgens de Stevenstoren en de Waabruggen. Daarna kwam de burgemeester,  op de voet gevolgd door wethouder Van Hees die zich 's morgens voor de spiegel nog even door de Godfather had laten inspireren. Rest de vraag wat er nou eigenlijk op de kaart is gezet.    

+++

LES VAN DE SLAGER

Een stadsbestuur moet op de winkel passen. Ook als het een slagerij betreft. Het was dan ook schrikken toen de wethouder, die achter de kassa zit, liet weten dat ze op het stadhuis geen kaas van slachthuizen gegeten hebben. Laat staan dat ze daar weten welk ander  vlees (dan enkele wulpse Panamese danseressen) Hilckmann in de kuip heeft. Worst natuurlijk.

Het drama is leerzaam. Hoe gaat de gemeente in hemelsnaam met onze miljoenen om als ze daar niet meer benul van centen hebben dan dat ze in een parkeerautomaat moeten. Voor kapitalen zitten we nu opgescheept met een noodlijdend abattoir. Kennelijk niets geleerd van een stadion dat voor 12 miljoen gekocht werd, terwijl de slager in de skybox precies weet dat je voor de helft de gemeente een poot uit kunt draaien. 

Dat krijg je er nou van. De wethouder-zonder-kennis heeft zich een kuip in de maag laten splitsen zonder kijk op de buitenspelval van het beroepsvoetbal te hebben. Voor geen acht miljoen raken we die noodlijdende handel kwijt. Wie past er eigenlijk op de winkel? Voordat we het goed en wel in de gaten hebben is Nijmegen zelf noodlijdend.

+++

LENTE-OFFENSIEF

Terug van de zon valt mijn oog op een deprimerende krantenfoto. Enige somber ogende lieden poseren in de regen voor een zwaar gesubsidieerd, doch uiterst primitief padvindersbord. Geplaatst in de rafelige bodem van Nijmegen-Noord. Uit het onderschrift blijkt dat ze zojuist het startschot hebben gelost voor Nijmegen als Summer Capital van Holland. Dat belooft wat.

Omdat het afgelopen weekeinde een voorproefje van de zomer gaf was ik niet te beroerd om zelf alvast het uithangbord te spelen voor alle komende vrolijkheid. Van je hela-hola over de kade waar verder volstrekt niets te doen was. Evenmin als hogerop in de stad, waar een stuiptrekkend warenhuis de enige trekker was.

Als er in deze Summer Capital, behalve een uitvaartbeurs in de Stevenskerk, niets op touw wordt gezet, moet de Nijmegenaar zichzelf vermaken en dat lukte wonderwel. Totdat een agent mij staande hield. In het kader van een of ander lente-offensief moest hij van de burgemeester optreden tegen vrolijke lieden die met drank over straat lopen. Dat belooft wat.

    

Mark Enneken

+++

KROKODIL IN SPIEGELWAAL

Met een indrukwekkende zwaai schiep Rijkswaterstaat de nevengeul. Groots en meeslepend. De wereldfaam van vaderlandse waterbouwers straalt af op Nijmegen. De rivier werd getemd. Als zoenoffer voor alle opgeslokte Lentse grond kreeg Nijmegen een roeivijver waarin de stad zich mag spiegelen. Als regelneef waterstaat dat althans behaagt.

De vraag is hoe groot de plons zal zijn waarmee we die waterplas op Paasmaandag in gebruik gaan nemen. Me dunkt: Als Nijmegen tien meter konijn op het Valkhof neer kan zetten moet het ook mogelijk zijn een nog grotere paarse krokodil in de Spiegelwaal los te laten. Als startschot voor een meeslepende wedstrijd voor 172.114 afbreekbare krokodilletjes (één per inwoner).

Uiteraard is ook ten stadhuize intensief beraadslaagd en daar kwam als line-up een 'housewarming party' uit de hoge hoed van de verzamelde pretmakers. Een vleugje braderie, een scheut info, wat demonstraties en een lichtspel tot besluit. Een van de hoogtepunten moet het zoeken naar paaseieren worden. Wel roze, naar ik mag hopen. Nijmegen blijft om lief te hebben.

Janus van Traa

+++

SUMMERCAPITAL

Op zoek naar het wij-gevoel van de stad raakte ik verzeild in een Bottendaals café. Altijd bruisend daar. En gastvrij. “Tripeltje?”, vroeg de man die Jan bleek te heten en ooit wethouder was. Het was de ouverture voor een college onvervalst Nijmeegs chauvinisme. “Geen stad in Holland die ons kan verslaan”, zo oreerde hij. “Nijmegen wordt 's lands zomerhoofdstad. En hoe."

Van zoiets krijg ik grote dorst. Vier maanden lang Vierdaagsefeest. The party of the world. Trendy strandtentjes onder de wuivende palmen van Veur-Lent. In no-time was ik in mijn gedachten een linksdraaiende hipster die chillend in Nijmegen zijn climax beleeft. Jamaica aan de Waal met een vleugje Ibiza. De Ooij als Costa, het Valkhof als eldorado. Welkom in Copakaaibana.

Whoop, whoop. Wij zijn Nijmegen”, scandeerden de rijkelijk aanwezige raadsleden ongekend eendrachtig. “Onze Jannetje heeft weer een plannetje”, en ze schonken hem dertig mille uit de pot voor een marketingcampagne. Ik schonk mezelf nog maar een tripeltje in. Uit eigen zak. Proost, op de Summer Capital of Holland.    

Janus van Traa

++++

GROENER GRAS

Overdreven Nijmeegs chauvinisme valt GroenLinks niet te verwijten. Met afgunst loeren ze daar naar lokalo's die dromen van iets als een donjon. Zelf bouwen ze liever een luchtkasteel op het Valkhof. Met een vrachtautootje (waar is de bakfiets?) werd deze week eerst de kwetsbare grasmat ontgroend waarna met een springkussen de uitslag van het referendum werd opgeblazen.

GroenLinks denkt eerder aan windmolens. Je hoort de Nijmeegse Fractie knarsetanden. In deze stad struikelt nog eens ooit een vroedschap over dat Valkhof. Die burcht is natuurlijk niet voor niets afgebroken om plaats te maken voor groen. Er werd afgerekend met een symbool van feodale macht. Hoedt U voor namaak.

Met lichte afgunst loeren Nijmeegse chauvinisten intussen naar Den Bosch. Midden op de Markt zijn daar een puthuis met een Mariapilaar verrezen. Ook niet zonder gemor, maar intussen staan ze er wel. Gewoon afgekeken van middeleeuwse afbeeldingen. Waarom is het gras bij de buren toch altijd groener? Vraag het GroenLinks.    

Janus van Traa 

+++

FLUITEN NAAR DUITEN

Stilaan wordt meer duidelijk over het treurspel dat slachthuis heet. De Chinezen hadden geen trek meer in de staartjes en snuitjes, zo lees ik. Sommige dingen wil je niet weten, hoewel ze in je achterhoofd blijven knorren. Gillende roze snoetjes tegen de spijlen van veewagens dwars door de stad op weg naar het einde. Die gemeentelijke miskoop kent ook  pluspunten.

De vraag is wat dat afgeschreven samenraapsel aan de Waal moet kosten nu er in China geen kilo meer knalt, terwijl Nijmegen wel het volle pond betaalde. Waarschijnlijk is wethouder Velthuis gewoon bij de snuit genomen. De man dacht fricandeau te kopen maar zit nu met een uitgebeend karkas. Ten stadhuize triomfeert sindsdien de toch al sterk aanwezige vegetarische lobby.

Genoeg ingrediënten voor een smeuïg verhaal: Een macaber abattoir, onvindbare directrices, geheim beraad, politiek gehannes en vervlogen kapitaal. Geef die schrijver van Vierdaagsethrillers maar een gemeentelijk stipendium voor een novelle: Hoe de stad kon fluiten naar de duiten voor wat snuiten.

Janus van Traa  

+++                                                            

LEEGSTAND ALS TREKKER

Voor de etalages ging je naar de stad. Etaleurs waren in die dagen kunstenaars. Van hebbedingetjes toverden ze een uitdagend theater. Zo omstreden als het warenhuis eruit zag, zo bejubeld waren de kijkkasten. Kon niet missen of  bij Vroom woonden tussen het speelgoed, behalve Sinterklaas, ook de Kerstman en de Paashaas. Je voelde dat de wereld breder moest zijn dan de Grote Markt.

Met de neus tegen het glas ontwikkelde zich bij hele generaties een begeerte naar meer en meer. Reden waarom V&D het boegbeeld van een doorgeschoten   materialisme werd. De etalageruiten hebben dat geweten. Meer dan eens waren ze het doelwit van speelgoed revolutionairen die het niet eens waren met bijvoorbeeld het Nijmeegse parkeerbeleid.

Daarna is het nooit meer goed gekomen. Zaken als bijvoorbeeld Primark en Zara etaleren nauwelijks. De binnenstad kreeg blinde ogen maar het tij lijkt te keren door de malaise in de koopdrift. Hier en daar worden vrijgekomen vitrines creatief  omgetoverd. De kunstenaar keert weerom. Door leegstand gaan we straks de stad weer in.

Janus van Traa

+++

NAAKT BIJ 't GOED

Voor de neus van een gretige Hilckmann nog net op tijd een alleraardigst 'naaktje' op de kop getikt. Het vlezige  schilderwerkje lag uitdagend bij 't Goed nadat het op straat was geknikkerd in het ooit zo progressieve Oost. Ze gaan daar met de tijd mee. De sympathisanten zijn 35 jaar na de Pierson bedaard geworden. Voor Havanna is er geen houden meer aan.

Zelfs de hoeren worden hier omgeschoold. De klad zit überhaupt in de vleesbranche nu ook het slachthuis sluit. De tijd moet weliswaar zijn kringloop hebben, maar als 't Goed de binnenstad de rug toekeert kan Nijmegen vergeten nog ooit Green Capital te worden. 

Intussen verstookte de groene wethouder Tiemens een stapeltje air-miles om van Chinezen te leren hoe je vier dagen over rijwielen praat. Volgend jaar gebeurt dat hier. Ze twitterde de burgemeester dat daarvoor 1500 tweedehands fietsen nodig zijn. Of de burgemeester die nog even snel bij 't Goed op de kop wilde tikken. Bruls belde briesend terug: “Zoek verdomme uit welke rol die Chinezen in ons slachthuis spelen.


+++

KROEG IN STADHUIS

De verkroeging van de binnenstad gaat onverdroten voort. Geen straatje en geen gaatje of de ober tapt er uit hetzelfde vaatje. Vijf, alleen al deze maand. Daar komt nu het stadhuis bij. In de passage, die nooit als stedelijke forum uit de verf kwam, komt een groot horecabedrijf. Niet alleen om ambtenaren van groen krachtvoer te voorzien maar ook om dorstige passanten te laven en zo de kloof naar de politiek te versmallen.

Nog geen halve eeuw geleden telde de Grote Markt slechts anderhalve kroeg en een keldertje. Moet je nu eens komen. Op twee warenhuizen na is het horeca en ook die grootgrutters graaien gretig mee. Als de consumptiemaatschappij zich ergens weerspiegelt weet dan is het wel rond de toog en achter het buffet. Het stadsbestuur hoeft niets te doen. Het koopcentrum wordt vanzelf een pretpark.

VVD en D66 willen dat proces versnellen door het winkelbastion Molenpoort plaats te laten maken voor een nieuw Nijmeegs forum met bijvoorbeeld een fancy en trendy markthal. Leuk bedacht, maar kun je voor zoiets niet beter meteen dat stadhuis slopen. Het begin is er.

Janus van Traa

+++

MARIKEN ALS TROOSTMEISJE

In het landjepik na de oorlog triomfeerde de heer Vroom. Want een heer was het. Net als de toenmalige burgemeester Hunstinx. Heren onder elkaar. Bij een glaasje 'ouwe' in De Meet kwam het hoge woord eruit. “Charles”, zei Ruud, “als ik de halve Grote Markt niet krijg, dan blijf ik zitten waar ik zit.” En V&D zat toen riant aan het Keizer Karelplein in een noodgebouw dat van Utrecht geleend was.

Charles Hustinx was onthutst. Zijn droombeeld van een uit de as herrezen stadshart wankelde. Het warenhuis zat voor het bombardement weliswaar op een stuk markt, maar dat gold evenzeer voor enkele kleinere winkeliers. Hij probeerde Ruud Vroom nog even Plein 1944 aan te smeren, maar het vonnis was onverbiddelijk. VenD mocht alle Nimweegse kleinschaligheid van de kaart vegen.

De band tussen VenD en Nijmegen was innig. Behalve de Vroomen resideerden hier ook Dreessmannen. De Nijmeegse vestiging liep altijd voorop en geldt nog steeds als kroonjuweel, hoewel niet iedereen dat oordeel deelt. Als pleister schonk de grootgrutter de stad in 1957 het bevallige Marikenbeeld dat de rechtlijnigheid van het warenhuis moest compenseren, maar dat nu voor troostmeisje mag spelen voor grootschaligheid die teloor ging.    

Janus van Traa

 .

KEIZERLIJKE SNEEUWKLOKJES

Bezie de rijke gevel van het stadhuis en doorgrondt de betrekkelijkheid. Daar staan ze in de rij, onze keizers. Ze kwamen en gingen. Gelijk het water in de Waal een eeuwige passant is. Wat bleef is het predicaat dat ze Nijmegen schonken. Een trotse keizerstad aan de Waal. Geen plek die zich met recht en reden zo vorstelijk onderscheidt.

En toch blijven nijvere lieden doende om nieuwe etiketten te verzinnen. De rusteloze  trend om bij de tijd te blijven terwijl de kracht van Nijmegen nou juist schuilt in het tijdloze van een keizerlijke Waalstad. Dat en niets anders moet groots en meeslepend worden uitgedragen. Op de Waalkade, op het Valkhof, op de Grote Markt. Deze stad ontbeert keizerlijke allure.

Ik hoef maar te zien hoe dat machtige beeld van Keizer Karel is weggemoffeld om te beseffen dat er hier nog wel wat te nuilen valt. Toch stop ik er tijdelijk mee om elders te overwinteren en te aanschouwen hoe ze het daar aanpakken. Pas als de keizerlijke sneeuwklokjes op het Valkhof ontluiken keer ik weerom. Even niet nuilen, om Nijmegen al snel te missen. Tja

Janus van Traa

+++

BRUISEND WAALWATER

Gij zult bruisen. Dat staat in een heus manifest dat enkele tientallen plaatselijke  hotemetoten ten stadhuize ratificeerden. Even in een rondje, jongens. “Akela wij doe ons best. Van je djib, djib, djib. Wij dob, dob, dob. Woefff.”  Lachen. Het straalt van de geachte ondertekenaars af. Bij Bruls gloort nog enige hoop, maar dat sprankje wordt door wethouder Van Hees en de rest volledig teniet gedaan.

Nijmegen moet volgend jaar op z'n kop staan, zo is door zelfbenoemde pretnummers op papier gezet. En tot overmaat van alle voorpret besloot de niet bestaande Gelderlander er maar meteen een polonaise van te maken in de vorm van een portrettenreeks. Even een rondje fame. Wij zijn Nijmegen. Zie ons eens lol hebben.

Voor leven in de brouwerij is geen officiële verordening van node. Het wordt hier vanzelf Knotsenburg, maar dan zie je niet één manifestant bruisen. Je kunt ondertekenen wat je wilt maar een skelet uit Knodsenburg krijg je never meer aan het dansen. En je kunt wel willen dat de Waal gaat bruisen, het zal nooit bier laat staan champagne worden. Nijmegen spettert gelukkig van zichzelf. Wij dob, dob, dob

++++

VALKHOF ALS GATENKAAS

Mijn kaasboer Piet wist het zeker. Vanuit de Stratenmakerstoren lopen er gangen onder het Valkhof door. En Piet kon het weten. Hij bezorgde er zuivel toen Alewijnse hier nog aanstekers maakte. Hij stuitte in de kelder op een crypte die mysterieus dood liep. Volgens Piet was het Valkhof een gatenkaas.

Nijmegen gooit traditioneel veel tegen de vlakte of dicht. Historie blijft ondergronds. In het gunstige geval hebben ze ergens een kijkdoos verborgen zoals in het Derde Walstraat, alleen is het luikje naar het oudste stenen huis altijd dicht. Of  in het casino waar wat stenen in een spiegel voor archeologisch raadsel spelen.

Toen ze het Valkhof als museum gingen bouwen hoopten ze 'in situ' wat Romeinse civilisatie te tonen, maar uitgerekend hier lag nauwelijks iets. Nee, dan de Bastei. Het zo rijke stedelijke verleden balt zich hier samen. Het nieuwe museum krijgt een historische roman in de schoot geworpen. Nou alleen nog even die gangen bloot leggen en Noviomagie is een nationale attractie.

Janus van Traa