ONREGELMATIGE  UITGAVE  VAN  DE  ONAFHANKELIJKE  MAATSCHAP  TER  BEVORDERING VAN HET  "NUILEN"  ALS  NIMWEEGSE  HEBBELIJKHEID

ZWABBERDAM AAN DE WAAL


Voel de pols van onze Alma Mater en de stad bekent kleur: turquoise. Dat krijg je van die trends onder studenten. Vroeger doopten ze Nijmegen in het geel-wit van rooms, vervolgens in het rood van de revolutie en nu zit de stad opgescheept met een mengsel van licht groen met blauw.

Passanten kleuren de stad met achterlating van speeltjes. Tegel wippen, Graafseweg afknijpen, donjon blokkeren. We maken van het Museum een kroeg terwijl de kastelein verderop in de schaduw van V&D crepeert. En het groen van Veur Lent wordt grijs.

Het stadsbestuur is gelijk een studentikoze toverbal. Ik voorspel dat Volt volgend jaar samen met D66 en VVD de toon zet. Het rood van Havanna is verbleekt, gelijk Monnikendam in wierrook opging. Ons rest het turquoise van Zwabberdam aan de Waal.

HET GROENE GOUD VAN EEN EILAND

 

Nu we toch bezig zijn: Moeten we op dat eiland eigenlijk niet het een en ander slopen in plaats van bouwen? Om te beginnen die blokkendozen aan de Veerdam. Toen Elst hier nog de baas was, werd het landelijke aanzien verkwanseld. Hotel Lent (foto) was een idylle. Die dwaling moet hersteld worden.

Ik smacht er naar te verpozen onder het lover van de Lentse theetuin met Nijmegen als décor. Vroeger wint terrein. Zelfs de wolf keerde weer op de kade. Nog even en die imposante gevel van V&D wordt herbouwd teneinde kroegbazen aan de overkant zon te garanderen.  

Dat eiland is als groene oase goud waard, zo leert het Valkhof. Wethouder Vergunst weet daar alles van. Hij streed gedreven tegen de bouw van een donjon en is er nog steeds trots op dat hij het referendum negeerde. Maar op het eiland komt de man straks zichzelf tegen. En anders het geraadpleegde volk wel.


MARKTHAL VALKHOF

Schatgravers, waanden we ons. De Batavierenweg was een goudmijn. In de bergen zand hadden Romeinen hun erfenis verstopt. Kruikjes, speldjes, munten, scherven. En soms een snotneusje. Bingo. Paatje van Museum Kam gaf er een duppie voor. Genoeg voor wat snoepjes die we snolletjes noemden.

Geheel in de traditie van Smetius hadden we een eigen verzameling. Trots uitgestald in een vitrine, maar geen mens keek er naar om. Ouwe troep. De antieke prullaria met een hoog Wibra-gehalte verdwenen in een doos. En de kast werd gevuld met drank, chips en snoeperijen. Een doorslaand succes.

Deze harde levensles laat zich moeiteloos vertalen naar die kwakkelende uitstalkast  die zich volstrekt ten onrechte Valkhof noemt. Berg die Romeinse nalatenschap als de wiedeweerga op in Museum Kam en maakt van die glazen doos op het Kelfkensbos één grote markthal. Met visboer Graat als vlaggendrager. Is dat ook weer opgelost.

STATION VERKASSEN

Dat heb ik nou steeds. Bij de Hezelpoort wil ik er uitspringen. Maar de trein  dendert voort. Wat moet ik in Bottendaal? Ik wil naar de stad zoals die vanuit Lent uit de rivier oprijst en lonkt. Naar de plek waar het leeft.

Door een dwaling is het station ooit te ver van de Stevenstoren gevallen. Zulks geschiedde in de dagen dat een spoorhalte nog een wereld op zich was. Een theater verpakt in de krullen van een fin de siècle. Ja, toen. Nu is het niet veel meer dan een mager buurtcentrum.

Het 'station van de toekomst begint in Nijmegen' stond onlangs in de krant, die vervolgens meldde dat zelfs het loket verdwijnt. Nu verderop ook die deerniswekkende afwerkzone opkrast is het tijd de perrons te verkassen. Als kroon op het nieuwe Waalfront. Je tippelt als vanzelf via een groene lijn de stad in.

BLIJF VAN EILAND AF  

De Staat schiep een eiland en schonk het Nijmegen. Gelukzalig de stad die zich landheer van zo'n droomplek mag noemen. Een enclave ingebed door water dat Rijn was. Grondgebied dat zich ontworsteld heeft aan het verdronken land van Knodsenburg. Dank. 

Veur-Lent ontsnapte aan de waan van de dag. Aan de beide overkanten rukten betonmolens op, maar het eiland hield tot op heden stand. Als buffer. Gelijk Hunner- en Kronenburgerpark eertijds onbetaalbare ruimte schiepen in een snel uitdijende vestingstad. Nog steeds dank. 

Helaas dreigt verkrachting. Wethouder Vergunst en handlangers willen zich vergrijpen aan wat een idyllisch en recreatief rivierpark kan en moet worden. Te wapen! Plemp die Lentse Warande maar vol met extra beton om het kasboek sluitend te maken, maar blijf van dat eiland af. Bij voorbaat dank.

 KROEG ALS HEKKENSLUITER

“We gaan stadten”, zei oma als ze tussen Waal en singels ging winkelen. Stadten..... Zelf ben ik van het  terrassen. Met een wijntje proosten op de stad die zoveel meer is dan een veredelde webshop met een groene lijn (ik struikel nog steeds over die slecht weggepoetste).

Helaas. Op ieder hoekje stad voel je de smart van corona. Nijmegen bruist bij de gratie van horeca. Die grabbelton vol versnapering en verpozing. De pandemie maakt zichtbaar hoezeer kroegen, eethuizen en terrassen een stad maken.  

In de horeca-vrije Broerstraat staat een rij op anderhalve meter te dringen. De numerus fixus van de grutter. De deur moet bij 6 kopers op slot. Het record heeft Primark met 401, tweede is TKMax (201) en derde Decathlon (186). Hekkensluiter is mijn stamkroeg (0). Wat is stadten zonder wijnen?

MIJN GROOTSTE 

Nijmegen kent slechts weinig fameuze zonen. Of dochters. Jammer, want juist in barre dagen zoekt de stad troost in vaandeldragers. Geen kwelers als ene Van Halen of Sieneke, maar grootheden. Mensen als Brugman. Ook geen toevallige passanten als Nina Simone of Lubbers. 

Ik ben geboren in het Canisius, werd gedoopt in de Canisiuskerk, speelde bij de Canisiaantjes en zat 'op het Canisius'. Maar Petrus Canisius lijkt vergeten. Heiligen worden geschuwd. En daarmee de man die in 1521 in de Broerstraat ter wereld kwam, hier aan de Latijnse School studeerde om daarna de wereld te bezielen. 

Hij schiep de roomse catechismus. De 'kattenbak', zeiden we oneerbiedig, maar ondertussen. Eerste vraag: Waarom zijn wij op aarde? Het antwoord heeft alles met geluk en niets met corona te maken. Inspirerend. Voor mij is Canisius veruit de grootste Nijmegenaar, maar ik ben Dolly Verhoeven niet. Laat staan krant.

NIJMEEGSE PLUIM

Denkend aan Nijmegen zie ik van verre een pluim wenken. Niet een gedroomd donjon, maar een rokende schoorsteen tekende het profiel van de Waalstad. Symbool van kracht.  Driemaal zo hoog als de Stevenstoren. Een baken van beton dat de hemel bestormt.

Meer dan een eeuw gaf Nijmegen het land energie. Uit dé centrale, onze centrale. Binnenkort resten slechts brokstukken van dat energieke verleden. Ze laten een markant landmark gewoon in de lucht vliegen. Sloop kent ter stede een tragische traditie.

Die pijp kost geen fluit. Geld toe zelfs. We krijgen een monument in de schoot geworpen. Een krachtig uitroepteken dat de energie van Nijmegen tekent. Voorwaar een artistieke uitdaging voor een old city met een young fibe.

SLOOP GOKBUNKER


Van jongs af aan ben ik kaaisjouwer. Geen dag of ik slenter even langs de Waal.  Inspirerend hoe gedachten hier vlieden. Alsof de rivier wit wast. Hier sluimert de gouden engel van de stad maar wie kust haar wakker? Er wordt me teveel gegokt. Zelfs een terrasstoel gaat hier over de kop. Duistere spelletjes.

Neem die gesloten inrichting voor gokverslaafden. Ooit binnengehaald als reddende suikeroom. Ammehoela. Eerst wordt het Groene Balkon vergokt en vervolgens het aanzien van de kade. Dat moffel je niet even weg achter wat bomen.  

Met eenarmige bandieten zette de Staat hier een witwassende toon. Hoogste tijd om die gokbunker aan te pakken. Als de gemeente hier een kroeg wil sluiten moeten ze eerst dat casino slopen. GroenLinks heeft een missie: Maak dat Balkon eindelijk eens groen. Met vrij zicht op de kaai.

VERBOND MET WAAL 

M'n wiegje stond aan de Waal. Daar waar de macht van water wijkt voor Nijmeegse welvingen. Hier, op deze verheven plek, ben ik thuis zeiden niet de minste keizers. Mijn familie volgde. Wat een geluk. Nijmegen ligt bevoorrecht. 

Met de paplepel kwamen verhalen. Over Karel de Grote, Bruls, Moenen en kaaisjouwers. En van de boze waterwolf. Het epos  van de vloedgolf die het Valkhof ondermijnde. Steunberen kraakten, de Bastei beefde, de kade zag groen maar hield stand dankzij kranig optreden van 'Hentje het waterventje' dat de woeste waterwolf temde. 

Het monument herinnert daaraan. Fel realisme als kroon op de groene lijn die de stad toeristisch bindt. Het beeld demonstreert krachtig het verbond dat de stad met de rivier sloot. Nijmegen dankt veel aan de Waal. En aan Hentje. Zegt het voort.

ZONDIG WAALSTRAND

Waalstrandjes waren zondig. Zelfs Mater Dei ging er uit de kleren. Alsof er geen zesde gebod was. Begeerde onkuisheid. Aangewakkerd door de banvloek van Canisius. De lust van de verboden vrucht. Zou Bruls er ook gelegen hebben? Waarschijnlijk niet.

Soms werden we door het gezag uit dit oord van vermeend verderf verdreven. Aanstoot geven, luidde de titel. Hermandad hoefde de pet maar even boven de dijk uit te steken of we pakten hals-over-kop ons kloffie. Andere tijd. Tegenwoordig blijkt het hier voor Bruls en zijn veldwachters een bruggetje te ver. 

Om het gebied te ontsluiten hebben groene dagdromers achter de Kaaij een muizentrap geknutseld. Nobel, maar dom. Niet de naturist, maar de anarchist wordt hier gefaciliteerd. De banvloek  die Bruls onlangs uitsprak lokt meer dan alleen wilde paarden derwaarts. De blonde boorden van de Waal verloederen. Zonde.

GROENE LIJN

"Dat is die nuilerd”, mompelde het Koningsplein. Ontmaskerd. Kort daarvoor klopte ik aan bij de horeca. Met publieke registratie. Privacy ligt te grabbel. “Zo'n typische Nimwegenaor”, heette het. Toch heeft professor Dolly mij niet geschoren op haar zoektocht naar de 'Nijmeegse identiteit'. Een misser.

Op dat moment passeerde een onverlaat die een groene lijn door de stad trekt. Alsof er niet genoeg gekalkt is. Geen kroegbaas of hij heeft zijn corona-territorium slordig met verf en plakband afgebakend. Wethouder Vergunst bleef niet achter. Zijn groene lijn scheert langs Nijmeegse bezienswaardigheden. Identiteit, heet het. Een speurtocht voor dolenden.

Iets nieuws, en dan is er voor de ware Nimwegenaor altijd wat te nuilen. Bij deze. De 'groene lijn' laat het Kronenburgerpark links liggen. Evenals het Valkhof, waar Vergunst de slag om de donjon won. Of verloor. In plaats daarvan voert de route naar de Piersonstraat, dat godverlaten achterafje waar Nijmeegse identiteit te grabbel werd gegooid. Vraag het Dolly.


*)  Aangesloten bij de Nijmeegse vereniging voor digitale huisvlijt (reg.nr. 43-H5) 

markenneken@gmail.com



245185